Voorwoord
Over de gebeurtenis met de Dornier
X-6 heeft mijn vader Nico zijn verhaal tweemaal
beschreven op kladjes papier en in een klein zwart boekje.
Hij moet het geschreven op late leeftijd toen hij
merkte dat zijn geheugen hem langzaam in de steek liet.
Hieronder zijn de exacte bewoordingen (dank aan zijn
kleindochter Nicole voor het uitzoek en typewerk).
Geen correcties zijn aangebracht.
Herinneringen van mijn militaire diensttijd
bij de Marine Luchtmacht Dienst in Soerabaia ( M.L.D.)
Met de bemanningsleden Daals/Hollander zou ik eerstdaags thuis varen. Ik moest dan
het zaakje overnemen ( met spoed). Voorlopig heb ik een helper bij me genaamd Hans ( Indische jongen.).
In de baai ver van Soerabaja af met nog meer
verschillende vliegtuigen aan de boei van X toestellen Catalinas,
T toetstellen in het totaal 6.
We zouden gaan vliegen boven Oost Java ( patrouille) ± 10 uur maar onze
vliegers (officieren) kwamen maar niet opdagen. Ze wisten dat er onraad was.
Sirenes loeiden af en toe. De Japanners waren boven Oost Java (de bomber en jagers). Ik wist niet war ik hoorde boven ons
heel hoog hoorde ik vliegtuiggeronk, en mitratieure
schoten en laagvliegende jachtvliegtuigen van de Jappen boven ons heen.
We worden plotseling beschoten door een laag vliegende
Japanse jaren.
Ik riep luidkeels, jongens het vliegtuig uit vlug en meteen werden we beschoten
links en rechts en nogmaals.
We sprongen in het water en duiken zo goed als we konden. Mijn hulpmechaniciën sprong te laat en werd meteen links en
rechts beschoten, het vliegtuig vloog meteen in brand, benzine tanks exploderen
enorm.
We kwamen boven water om adem te halen en nog steeds waren ze aan het schieten.
Alle vliegtuigen hebben ze in brand geschoten. Een hel was dat
(verschrikkelijk)na een klein half uur hield het op. Het was gewoon een
brandende vuurzee.
Toen alles rustig was ongeveer, kwamen we weer opduiken, keken mekaar verschrikt aan.
Mijn collega mankeerde niets en zei tegen me " Keyner,
je bent gewond".
Ik zat helemaal in het bloed mijn armen, mijn lichaam en benen dat zag je heel
duidelijk. Het doet enorm pijn door het zeewater. Maar ik hield me goed. Alles
om ons heen was gewoon een vuurzee.
Een voor een doken de vliegtuigen brandend de zee in ( verschrikkelijk).
We hebben ons steeds zwemmend boven water gehouden. Ik wist niet wat ik zag.
Een marine motorboot van de reddingsploeg probeerde ons te redden en durfde
niet naderbij te komen, alles was een hel geworden ( vuurzee) en toch probeerde
zij een reddingsboei naar ons toe te gooien.
Drie keren ging het mis, de vierde keer kon ik nog net de boei ( de band)
grijpen en ik werd uit de benarde positie bevrijd.
Ik werd in de motorboot gelegd, plat op de bodem en nog steeds bloed dat mijn
collega was er ook bij maar mankeerde niets.
Eerst brachten ze mij naar de kust van Madvera, daar
stonden de menigte nieuwsgierigen op te wachten, ook de Rode Kruiswagen was er
ook.
Ik werd met twee man van de motorboot en tjompen in
water, naar de kant gedragen en neergelegd plat op het gras op een kleedje.
Dokter en verpleegpersoneel kwamen er direkt aan te
pas.
Ik kreeg direkt spuiten
links en rechts. Ik voelde er niks van.
Toen alles rustig was werd ik met spoed weer op de motorboot gezet en koers
marinevliegkamp. Daar stonden een hoop menigte op te wachten. Ik werd direkt per brancard gebracht naar de ziekenboeg van de M.L.D. en daar werd ik verder behandeld, ontsmet en verband
om zo veel mogelijk.
De wonden die ik opgelopen had waren merendeels granaatscherven, gelukkig niet
van dienaard, en verder wist ik niet.
Ik moest toch zeker een week liggen in de ziekenboeg. Ik zat grotendeels in
verband, gelukkig had ik niets aan mijn gezicht en hoofd.
Het heeft toch wel een tijdje geduurd voordat ik weer helemaal de oude was.
Zijn tweede verhaal over dezelfde gebeurtenis
Medio Jan. Februari 1942.
De eerste grote bombardementen bij de Marine M.E.
Marine Luchtvaartdienst Soerabaja
Bemanning X6
Vliegtuigmaker: 1ste Daals boordmechaniciën
1ste
Keyner boordmechaniciën
2de
Hans hulpmechaniciën
In de zeekom ver van het eiland Madoera. Wij waren
startklaar om te vliegen en nog steeds wachten op de komst van de vlieger en
leerling vliegers. Om half twaalf overdag, helder zonnig weer werden we verrast
door de Japanse vliegtuigen (jagers) die ons niet bewust dat ze gevechten
hadden geleverd.
Zagen onze jager van de M.L Militaire Luchtvaart (de Brostheis).
Hoop geknal en zagen we neerstortende vliegtuigen, wederzijds. Dankzij door
mijn oplettendheid toen ik daar verbaasd
stond te kijken naar het boeiend luchtgevecht boven
onze hoofden, dook plotseling 2 jachtvliegtuigen van de Jap recht op ons af,
niet wetende dat de Jappen dat waren er volgt terstond mitalieursschoten
Daals en ik stonden op de stummel
van de X, boot de X6. We zagen toen heel duidelijk dat het de Japanners waren.
Hans de hulpmecanicien zagen we op dat moment niet.
Ik gilde kijk uit de Jap en schreeuwde meteen toe Hans kom uit het vliegtuig en
we sprongen in de zee en doken zo goed als we konden. Er werd nog steeds
geschoten op ons en de andere vliegtuigen die op het water zijn geankerd de X
en de T vlieger totaal 6 bij elkaar.
Af en toe kwamen we boven om wat lucht te happen mar nog steeds was het
onveilig boven ons. Ze schoten nog steeds op vliegtuigen, wij doken zo snel als
we konden weer onder water. Alles stond in lichterlaaie
als brandweerfakkels gingen alle vliegtuigen de zeebodem in. Heel tragisch zag
ik de X6, de trouwe vliegtuig waar ik dag in dag uit
als boordmechaniciën dienst deed langzaam op
zijn zij met zijvleugeltip voor altijd de zeebodem in gaat. Zo ging het ook met
de andere vliegtuigen stuk voor stuk.
Toen alles veilig was schreeuwde ik "Daals waar
ben je nou?". Ik zag hem niet meer mijn eerste gedachte was ze hebben hem
kapot geschoten. Het was een vuurzee om me heen.
Ik kon niet anders doen even een duikje te nemen een goed heen komen te vinden.
Het was toen leven op dood.
De kust was nog vrij ver van me af, goed zwemmen kon ik niet, daarbij was ik
doodmoe van het gebeurde.
De zee was op dat ogenblik heel woelig, nog steeds die vuurzee niet ver van me
af. De twee jongens zag ik niet meer. Ik schreeuwde maar om help en nog eens om
help. Ik zag heel in de verte de kust van Madoera. Op
dat ogenblik zag ik een motorboot van de Marine Luchtvaartdienst recht op me af
komen en waarschijnlijk had die me opgemerkt.
Hij probeerde zo dicht mogelijk bij me te komen maar helaas kon dat niet
vanwege het vuurzee vlak naast me. Een van de bemanning van het motorbootje
gooide een flink stuk touw naar me toe, een en twee keer was het me niet gelukt
het touw vast te grijpen. Het was nog een meter of drie van me af. De derde
keer ging het goed, het was gelukt.
Ik greep de touw vast en ze sleurde me mee naar een
veilige plaats. Ze trokken me op en ik werd in de boot gezet, ik zat vol bloed,
waar het precies van af kwam wist ik niet. Mijn hele lichaam, benen en armen.
Ze brachten me direkt naar Madoera,
de kust was heel gemakkelijk te bereiken. Zo snel als ze konden er kon op elk
ogenblik weer alarm komen, dan is het gedaan met ons.
De kust van Madoera hadden we direkt
bereikt. Aan de zeekant stonden een hoop mensen te kijken naar het gebeuren er
was een rode kruiswagen bij.
Ik werd snel op de brancard gelegd en op de grond gelegd. Ik werd meteen door
het verplegend personeel flink met jodium ingesmeerd
en kreeg meteen een prik, toen werd ik meteen op de motorboot gezet en zou weer
terug naar het Marine Vliegkamp.
Ik kermde van de hevige pijn doordat ze me met jodium hadden ingesmeerd. Ik zat
nog steeds in mijn natte plunje. In de Marine Vliegkamp aangekomen werd ik snel
geleid naar het ziekenboeg. Ik kon nog op mijn benen
staan waarom zou ik dat niet doen. Dus we liepen in snel tempo. Een hoop marinier
jongens stonden toe te kijken. Daar aangekomen moest mijn natte plunje van mijn
lijf af.
Nou daar sta ik hoor, nog altijd in het bloed en jodium, fijn in mijn naakje, allemachtig wat een gewaarwording. Ik stond te
beven als riet.
De wonder was gelukkig niet van dienaard. Het waren
gelukkig geen schramschoten of zo. Niet tegenstaande dat, ik zat behoorlijk in
de schrammen van waarschijnlijk rondspattende fijn
granaatscherven en karang stenen meer weet ik niet
meer hoor, ik weet alleen nog dat ik er nog ben.
Van Daals mijn collega heb ik toen bezoek gekregen in
de ziekenboeg. Hij heeft geluk gehad, hij mankeerde niets. Ze hebben hem nog
kunnen redden op dat ogenblik.
Een van de vissers die daar aan de kust van Madoera
toevallig waren hebben hem nog uit het water gered.
Mijn collega Hans was ik voorgoed kwijt. Hans hebben ze kapotgeschoten in het
vliegtuig. Hans was mijn hulpmechanicien.



"